slaven, slaafgemaakten, tot slaafgemaakten

Citaat van Jeroen van der Kris, uit zijn NRC artikel van 30 juli 2021:

Wie over slavernij schrijft ontkomt er op dit moment niet aan een keuze te maken: schrijf ik over ‘slaven’, ‘slaafgemaakten’ of over ‘tot slaafgemaakten’?

Tegenstanders van het gebruik van ‘slaaf’ vinden dat dat woord een ‘categorie normaliseert die niet inherent is aan iemands identiteit’, schrijven de samenstellers van Woorden doen ertoe, ‘een incomplete gids voor woordkeuze in de culturele sector’ die is uitgegeven door onder meer het Tropenmuseum. ‘Bovendien erkent de term ‘slaaf’ iemands menselijkheid niet, maar reduceert diegene tot niets meer dan iemands eigendom.’

Ik vind het argument dat een woord zoals “slaaf” een “categorie normaliseert die niet inherent is aan iemands identiteit” onverwacht interessant. Want wat was ik en wat ben ik? Fabrieksarbeider. Student. Verkoper. Webmaster. Of, zelfgekozen, dilettant.

Wat wordt dat in dit nieuwe schema? Ik was een “tot fabrieksarbeider gemaakte”. Immers, ik was niet fabrieksarbeider uit eigen keuze. Ik had een administratieve opleiding gedaan, maar werkloosheid (in de jaren tachtig) was hoog, en alleen voor de allerbesten in een gegeven veld was er een baantje. Dus fabrieksarbeider. Ik bedoel, tot fabrieksarbeider gemaakte. En oh ja, daarvoor was ik ook nog “tot schoonmaker gemaakte” en tot “lopende band medewerker gemaakte”. Allemaal onvrijwillig, maar ja, een mens heeft in deze samenleving nu eenmaal geld nodig.

Toen de economie aantrok werd ik student. Niet tot student gemaakt, maar gewoon student. Echter, nadat het me niet lukte als afgestudeerde van een zekere leeftijd ook werk te vinden in mijn vakgebied, werd ik toch weer “tot verkoper gemaakte”. Inmiddels ben ik ook webmaster, maar ook dat ben ik niet geheel vrijwillig. Het is niet alsof ik alleen opdrachten doen die ik leuk vind, integendeel, het merendeel zou ik afwijzen als ik geen geld nodig had. En zo gaat het door.

Op linkdin wil men weten wat je beroep is. Tot verkoper gemaakte? Eh, nee, dat kan niet. Dan toch maar gewoon verkoper? Of webmaster? Ik ben in wezen niets van die dingen. Dan maar dilettant.¹

Noot

  1. Er bestaat in het Nederlands ook het woord “loonslaaf” (afgeleid van het Engelse “wage slave”). Dat woord heeft een lange geschiedenis (zie het Engelse Wikipedia artikel wage_slavery) en kan op diverse manieren worden gebruikt. Tegenwoordig meestal ironisch, maar ook letterlijk heeft het woord nog genoeg toepassingsmogelijkheden, vooral voor arbeiders in landen die minder welvarend of vrij zijn dan Nederland. In Nederland kun je “loonslaaf” eigenlijk alleen ironisch gebruiken, want een Nederlander in Nederland stelt zichzelf weliswaar bloot aan tal van sancties als zhij ontslag neemt, maar is uiteindelijk toch vrij om dat te doen, dus, geen slaaf. Echter, bij het tikken van bovenstaande reactie realiseerde ik me dat dit woord los van mijn redenatie over de toepasbaarheid ervan in Nederland stellig taboe moet zijn (of worden) in de huidige tijd. Immers, “loonslaaf” (zeker ironisch gebruikt) bagatelliseert het vreselijke lot van echte “tot slaaf gemaakten”. Daar wil ik niets op afdingen. Wat ik mij afvraag is: hoe gaan we dat concept dan weer op nieuwe wijze labelen? Op zoek naar een politiek correct woord voor “iemand die werk doet dat niet vrijwillig is gekozen en daar niet aan kan ontsnappen, maar wiens persoonlijke identiteit daar in het geheel niet wordt bepaald”? Het Engels heeft “drudge”. Nederlands?